Het leed dat reizen met kinderen heet. #1

Waar zal ik eens beginnen. We zijn – as we speak – op family vacay met mijn ouders en mijn zusje met haar gezin. Wat ontzettend leuk is uiteraard, maar wil je in november een klein beetje zon: dan mot je toch echt in een vliegtuig gaan zitten. En juist dát is ons de afgelopen jaren gelukt te vermijden met de kinderen. Toen we in juni naar Portugal gingen voor een bruiloft concludeerden mijn man en ik op het vliegveld nog dat wij dit níet gingen doen met onze kinderen. Oh nee. Niet met onze – hoe zal ik het leuk houden – energieke kinderen die eigenlijk nooit lopen en alleen rennen. Bij wie we nog steeds opzoek zijn naar de magische uit-knop, zeg maar. En oh, wat zijn ze leuk en sociaal. Wat zeggen ze tegen iedereen hoi, hi, hallo, buenas of ola. Maar wát zijn ze druk. En dus: geen vliegmateriaal if you ask me.

Maar hé, je moet wat over hebben voor een familie vakantie. Dus ik zette mijn principes en zorgen opzij en dacht dat we een kleine 4 uur wel zouden kunnen temmen met snoep, speelgoed en scherm. Wat heb ik me daarin vergist. Billie, die vorige week twee werd en dus een eigen stoel had, had na een kleine 10 minuten al een sneer van de vrouw voor haar te pakken omdat ze volgens haar het halve vliegtuig afbrak. En in plaats van dat ze ook maar enig begrip had voor onze struggle om onze kinderen in toom te krijgen moest ze er nog bij zeggen dat ”zij last van haar rug had”. Ik hoorde natuurlijk het goede voorbeeld te geven aan mijn kinderen dús ik zei: ”u moest eens weten waar ik op dit moment allemaal last van heb mevrouw.” Armoe. Ik kan er niets anders van maken. En nu? Nu moeten we nog terug. Daarover snel meer.

Een volgende familievakantie karren we lekker naar Zuid-Frankrijk als je het mij vraagt. Beter voor het milieu, maar vooral ook: beter voor mijn bloeddruk.