Of zoiets. Ik kan het niet eens meer bijhouden hoevaak ik eraf lig. Ja, iedere avond, oké. Maar ik bedoel er écht af. Gevloerd, door een virus. Wat voelde ik afgelopen weekend een intense vorm van euforie toen mijn man begon te kuchen, zuchten en steunen en ik mijzelf éindelijk eens kiplekker voelde. Wat dacht ik deze virus sessie overgeslagen te hebben, hah! Wat dacht ik precies? Dat ik na 4 winters ziekeboeg eindelijk eens kon opscheppen over mijn top notch afweersysteem? Think again.
Maandag begon ik de dag goed. Althans, goed in de tropenjaren vorm van het woord, zegmaar. De nachten de afgelopen weken zijn vre-se-lijk. Billie had dus blijkbaar een oorontseking waar we niets van hadden gemerkt. Dat ontaarde in een loopoor, waar ik amper ooit iets over gehoord had laat staan gezien. Toen had ik de snotterbui al moeten zien hangen. Hoe dan ook, maandagmiddag begonnen de steken in mijn spieren, toen dacht ik – foute boel. Maandagavond lag ik er he-le-maal af. En nu, donderdag kom ik steeds weer een beetje tot leven, maar nog steeds voel ik me drie keer drama.
Het lichtpuntje (natuurlijk zijn dat mijn lieve kleine engeltjes, heus waar) is dat morgen de nieuwe bakfiets wordt bezorgd. Kan ik dit weekend lekker gaan touren en wapperen er hopelijk met iedere trap voorwaarts een paar bacillen de vrije natuur in. Dan zijn we hopelijk weer een paar weken genezen, tot de pollen weer komen dollen, natuurlijk. Ik zet het alvast in mijn agenda voor het winterseizoen start: dit jaar écht een griepprik.
Ik wens jou een fijne, virus vrije (en hooikoorts vrije ;)) lente!
Liefs, Harmke