,

Letters from H.

Het leed dat kinderspeelgoed heet.

Speelgoed, ieder kind komt er in om. Ik heb weleens onderzoeken gelezen dat kinderen blijkbaar veel beter gefocust kunnen spelen wanneer ze minder prikkels (speelgoed) om zich heen hebben. Als opruimer pur sang hoef je dat mij geen tweede keer te zeggen, ik moedig Moos dan ook regelmatig aan om speelgoed ”aan andere kindjes weg te geven” a.k.a. de plaatselijke kringloop, de weggeef kast bij ons in de buurt of zijn neefje.

Maar aan de voordeur komt het er net zo hard weer in. Onze buurman, die helemaal dol is op Mosie komt inmiddels wekelijks met meerdere auto’s (en gelukkig ook auto’tjes aanzetten). Ik heb al een aantal keer gezegd hoe lief ik dit vind maar zo onnodig. Het is aan dovemans oren gericht. Het aller ergst vind ik eigenlijk dat Moos nu steevast aan de buurman vraagt wanneer hij hem ziet ”heb je nog autooooooooooo’s?”. Waarop ik keer op keer weer met hem het gesprek moet aangaan dat hij daar nooit om mag vragen. Kortom, hij wordt er gewoon een heel vervelend, verwend knulletje van hoe lief het ook allemaal bedoeld is.

En ik, ik probeer uit alle macht zoveel mogelijk buiten de deur te houden. En wat er in komt gooi ik door de achterdeur met dezelfde vaart weer naar buiten. Want: de kinderen kunnen meer gefocust spelen, de wereld wordt een klein beetje plastic bespaart en mijn mantra een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd kan een klein beetje gehandhaafd worden. A-men.

Wil je meer lezen over mijn mantra? Lees dan mijn tips over hoe je jouw huis semi-opgeruimd houd met kleine rommelmakers in je buurt.

Tot volgende week,

X, Harmke